Over validiteit en betrouwbaarheid van onderzoek en kritisch gebruik van bronnen

Ik hoor u bijna denken, Wat heeft dat nu te maken met wolfhonden? En dat zou ook zo moeten zijn. Maar elke vereniging die wat dan ook keurt, fietsen, auto’s, paarden of honden, zou dit wel heel serieus moeten nemen. De aanleiding van deze blog is de keuring van de wolfhondjes van het nest. Ze zijn inmiddels ruim twee jaar en dat betekent dat ze klaar zijn om zelf puppies te gaan krijgen. Omdat ze horen tot het outcross project werden ze gekeurd. Uiteraard, want je neemt als vereniging je projecten serieus en ik ook. Ik ga het dan ook niet hebben over de uitslag. De teefjes mogen allemaal ingezet worden, een reutje niet omdat hij maar een bal heeft, een reutje niet omdat die niet aanwezig was en de andere reu wel. Dus prima. Maar dan de keuringsrapporten. Die vormden voor mij de reden tot het in de pen klimmen. Ik neem u mee in mijn mindset als onderzoeker en fokker.

Validiteit en Betrouwbaarheid

Elk onderzoek hoort valide en betrouwbaar te zijn. Om te beginnen kort wat is validiteit. Validiteit is dat je meet wat je moet meten. Je kan zeker weten wat het geslacht is, wat de kleur is, of de oren een goede vorm hebben, of het masker aanwezig is enz. Je kan als de hond loopt ook zien of de beweging vloeiend is, of de gang mooi is of dat de hond mank loopt. Je kan dat zien, dus je weet dat je dan meet wat je moet weten. Wat je niet kan meten zijn de niet zichtbare dingen. Het inzicht wat ik u hoop te geven is het volgende. Een van de items die tijdens een keuring aan bod komt is het temperament van de hond. Van Dale geeft de volgende definitie van temperament natuurlijke gesteldheid van het gemoed. Let even op het woordje natuurlijke. Nu is mijn vraag: Kan je temperament observeren? Ik doe een klein onderzoekje met u. Daarvoor vraag ik u op de volgende link te klikken. De resultaten zijn anoniem en ik doe er niets mee. Ik ben er alleen als onderzoeker nieuwsgierig naar https://forms.gle/GCa1eH8j2CvFJ1jg6

Mensen die ons kennen weten dat de hond op de twee foto’s een en dezelfde hond is. Het is namelijk Aurora zoals zij zichzelf liet zien tijdens de keuring en Aurora zoals ze is als ze zich veilig voelt. Ik hoop dat u tot het volgende inzicht gekomen bent. Temperament (als je dat al zou kunnen observeren) kan je niet observeren in een omgeving die anders is dan de veilige thuisomgeving. Daarnaast zal je, als je al iets wilt omschrijven van het temperament van de hond ten tijden van een keuring in een onveilige omgeving, gedrag moeten omschrijven. Voorbeeld uit mijn wereld een student kan niet lang stil blijven zitten, een student praat veel. Heeft hij dan ADHD? Is hij druk? Kan. Maar dan nog mijn les kan ook heel saai zijn, of heeft hij kriebelige kleding aan. Of het is koud in het lokaal, of hij moet plassen. Ziet u hoe mijn gedachten werken? Een eenmalige observatie kan nooit een 100% zeker resultaat geven, er zijn onnoemelijk veel maar-en. Bij onderzoek maken we dan gebruik van meerdere observatoren maar dan nog is verlaagd een dergelijk item de validiteit van het onderzoek

Kortom Temperament is niet observeerbaar en meetbaar. Advies als je dan al iets wilt schrijven over het geobserveerde gedrag tijdens de keuring maakt dat dan je item. En beschrijf het gedrag in termen van gedrag.

Betrouwbaarheid wil zoveel zeggen dat als iemand anders onder dezelfde omstandigheden gebruik maakt van dezelfde observatie lijst de observaties precies dezelfde resultaten geven (herhaalbaarheid).

Als het gaat om uiterlijke kenmerken dan neem je de rasstandaard erbij en als een hond voldoet aan die kenmerken is dat prima. Maar daar zit natuurlijk wel een nuance in. Er zullen maar weinig honden zijn die perfect voldoen aan alle rasstandaarden. Oortje staat wat scheef, neusje is iets te kort of er zit teveel krul in de staart. Nu kunnen de keurmeesters kiezen uit de volgende criteria: B = buitengewoon G=Goed R=Ruim Vold V = voldoende T = twijfelachtig O = onvoldoende. Ik kan mij zo voorstellen dat de perfecte hond Buitengewoon scoort. Maar wat is het verschil tussen ruim voldoende en goed. Gelukkig hebben we daar ervaren keurmeesters voor dus die kunnen uit ervaring aangeven wat die verschillen zijn. Maar bij onderzoek moet je ook instaan voor de kwaliteit van je meting en dat kan je bijvoorbeeld verhogen door bij observatie twee observanten in te zetten. Liefst nog meer maar dat moet wel mogelijk zijn. In ieder geval het vierogen principe toepassen helpt al wat. Of je beschrijft precies wanneer een voldoet aan Goed, Ruim voldoende, Voldoende, Twijfelachtig en Onvoldoende. Dan kan iedereen de lijst gebruiken. Dat vergt wel even wat werk en wordt bemoeilijkt omdat iedere keurmeester het net weer even anders kan interpreteren. En dat is precies waar de schoen wrikt.

Kortom: De betrouwbaarheid van elke keuring kan eenvoudig worden verhoogd door gebruik te maken van goed omschreven indicatoren per criterium en door gebruik te maken van meerdere observatoren.

Dan komt nu het gevaarlijke van de situatie Het kritisch gebruik maken van bronnen

Het wordt niet eng dat beloof ik u. Ook hier hoop ik op inzicht

Als fokker kijk ik naar drie criteria

  1. Zijn de honden niet verwant aan elkaar en zitten er geen ziektes in de lijn. [ omdat je zo weinig mogelijk inteelt wilt natuurlijk en erfelijke aandoeningen wil ik uit het ras proberen te krijgen]
  2. Hoe ziet de hond eruit [afhankelijk waar je van houdt kies elke fokker toch voor de hond waar je van verwacht dat de pupjes mooi zullen worden. Houd je van bosbruin of van wolfsgrauw? Houd je van slank of juist wat stevigere bouw? Noem maar op]
  3. En wat is het karakter van een hond [Ook weer afhankelijk van wat je wilt kies je voor een open of terughoudende hond, een aanhankelijke of juist zelfstandige hond]

En de pijn van deze blog zit bij het allerlaatste punt. Deze informatie zoek je over het algemeen op door de hond zelf te ontmoeten. Je ziet bijvoorbeeld honden die tijdens een wandeling heel gemakkelijk contact maken met mensen en andere honden. Je ziet ook dat er honden zijn die constant lopen te klieren als ze andere honden zien of juist honden die dichtbij de baas blijven. En zo kom je als fokker tot inzichten over de hond en kan je een keuze maken op basis van wat jezelf ziet. Maar…. soms kan je niet kennis gaan maken. Woont de hond te ver of kan je om welke reden dan ook de hond niet ontmoeten. Dan moet je het doen met online gegevens. Wat online staat is vindbaar en blijft daar voor eeuwig te vinden. De impact van online beeldmateriaal wordt vaak onderschat. Net als bij een eerste ontmoeting is het visuele dat wat voor een groot deel onze mening vormt, de eerste indruk geeft. En een foto zoals zichtbaar in het onderzoekje (ik ga die echt hier niet plaatsen) zal blijvende anti-reclame voor het gehele nest zijn. Op het moment dat ik als fokker opzoek gaat naar bronnen zal ik dus niet uit mogen gaan van één bron. (Dat is sowieso af te raden) en zal ik heel kritisch moeten omgaan met de informatie die ik in die bronnen tegenkom. Om nu toch een goede indruk achter te laten van het nest zoals het is hier een foto van de pupjes zoals ze echt zijn speels, sociaal en vooral heel lief voor elkaar.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s